“Alles komt goed, zodra mijn eigen klant heeft betaald, betaal ik u daarmee direct!” U zegt of hoort het misschien wel eens. Door een uitspraak van de Hoge Raad kan een dergelijke toezegging sinds kort bestuursaansprakelijke risico’s hebben.
Aanleiding is een zaak van een grote bank tegen de bestuurder van een door haar gefinancierde besloten vennootschap. Deze vennootschap had betalingsproblemen, mede door een geschil met haar opdrachtgever over een betaling van 900.000 euro. De bestuurder vroeg en kreeg van de bank een verlenging van het lopende krediet op basis van zijn belofte om met die 900.000 euro de bank terug te betalen. Maar nadat het betalingsgeschil was opgelost, betaalde de bestuurder, via een andere rekening, met het geld gauw andere schuldeisers in plaats van de bank. Daarop stapte de bank naar de rechter. Onlangs heeft de Hoge Raad de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gehouden voor de door de bank geleden schade. Want, zo zegt de Hoge Raad, hier is sprake van betalingsonwil vanwege een doelbewuste actie om de bank niet te laten toekomen waar ze op basis van een nadere toezegging recht op had. Dat is voldoende ernstig verwijtbaar om de bestuurder persoonlijk aansprakelijk te houden. Dat de bestuurder er zelf geen persoonlijk voordeel bij had, telt niet als argument. U kunt zich voorstellen wat deze uitspraak voor hem betekent.
Natuurlijk is dit vonnis gebaseerd op specifieke omstandigheden. Het ging om een nadere overeenkomst waarbij toekomstige baten concreet aan iemand werden toegezegd. Bovendien liet de bestuurder het geld bewust binnenkomen buiten het zicht van de bank om en was hij overal zelf bij betrokken. Maar u moet als bestuurder voortaan voorzichtig zijn met dit soort toezeggingen. Wat deze uitspraak betekent voor andere afspraken die u maakt om relaties en uw onderneming te continueren is onduidelijk, maar het lijkt goed om uw relaties niet met een kluitje het riet in te sturen en reële afspraken te maken. Twijfelt u? Schroom niet om advies in te winnen!
Sebastiaan Vos
Bron
De Ondernemer, september 2010