Kredietopzegging door Rabobank van OAD financiering geoorloofd

Datum:  11 februari 2022

Gewijzigd  14 november 2023

Leestijd:  +/- 2 minuten

Vorige week oordeelde de rechtbank Midden-Nederland na een jarenlange procedure dat Rabobank haar kredietovereenkomst met reisorganisatie OAD mocht opzeggen. De curatoren van de OAD vennootschappen die in 2013 failliet zijn verklaard, waren een procedure tegen Rabobank gestart. Zij vonden dat Rabobank de kredietovereenkomst niet had mogen opzeggen. Die kredietopzegging heeft enkele weken later tot de eigen aanvraag van het faillissement van de OAD ondernemingen geleid. Rabobank werd aansprakelijk gehouden voor de schade als gevolg van die kredietopzegging. Die schade van € 76 miljoen zou bestaan uit de vernietiging van de waarde van OAD. De rechtbank gaat hier niet in mee.

[campagnes]

Wat was er aan de hand?

In de periode voor 2011 vielen de resultaten van OAD tegen, terwijl de verkoop van reizen via internet steeds belangrijker werd. In 2012 werd een wijziging van de strategie ingezet en begon een reorganisatie van OAD. In 2013 werd OAD van de commerciële afdeling binnen Rabobank overgedragen naar de Afdeling Bijzonder Beheer (FR&R) en kwam zij onder verscherpt toezicht van de bank te staan. In diezelfde tijd eiste Rabobank dat OAD haar kapitaal ging versterken. De kredietovereenkomst bestond naast een krediet in rekening-courant van € 20 miljoen, onder meer uit een garantiefaciliteit ten behoeve van derden zoals de SGR (Stichting Garantiefonds Reisgelden) van € 12,5 miljoen. Verder speelde een rol dat OAD ook reizen van TUI aan haar klanten verkocht. OAD ontving de reissommen van de reizigers en moest die doorbetalen aan TUI. TUI had daardoor continue vorderingen op OAD.

Op 6 september 2013 heeft Rabobank het krediet opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Nadien is OAD doorgegaan met het zoeken naar kapitaal in de hoop dat de opzegging zou worden teruggedraaid. Er diende zich een groep van Twentse investeerders aan die bereid was te helpen met de door Rabobank geëiste kapitaalversterking, door te kijken naar de aankoop van het busbedrijf van OAD. Rabobank ging akkoord met de onderhandelingen, maar de problemen met TUI en SGR moesten ook worden opgelost. Bovendien moest de transactie uiterlijk op 27 september 2013 zijn voltooid. Rabobank was niet bereid om die termijn te verlengen. Toen OAD zich realiseerde dat zij de deadline niet zou halen, heeft zij op 24 september 2013 haar eigen faillissement aangevraagd.

Toetsingskader

Op grond van de kredietovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden was Rabobank bevoegd om deze op te zeggen. Al eerder schreef ik met een kantoorgenoot over de voorwaarden waaronder een bank het krediet mag opzeggen in dit artikel. Daarin kwam aan de orde dat de Hoge Raad in 2014 [1] heeft beslist dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn dat de bank gebruikmaakt van deze contractuele opzeggingsbevoegdheid. In deze zaak legt de rechtbank de kredietopzegging langs dezelfde lat.

Het bijzondere van een bancaire relatie is de zorgplicht van de bank. Die schrijft voor dat de bank naar beste vermogen met de belangen van haar cliënten rekening moet houden. [2] Door deze contractuele zorgplicht kan de uitoefening van de opzeggingsbevoegdheid van de bank sneller onaanvaardbaar zijn dan bij andere duurovereenkomsten. Maar de rechter moet terughoudend zijn bij het toetsten van die onaanvaardbaarheid.

Beslissing

De rechtbank heeft in 2019 in een tussenvonnis bepaald dat OAD moest bewijzen dat Rabobank in de cruciale week van onderhandelingen met de Twentse investeerders, eind september 2013, OAD meer tijd had gegeven om de overname rond te krijgen. Volgens OAD was dat toegezegd in een telefoongesprek tussen de toenmalige commissaris van de Koning, Ank Bijleveld, en de top van de Rabobank. Rabobank heeft dit betwist. OAD is niet geslaagd in het leveren van dit bewijs ondanks dat een aantal getuigen is gehoord, aldus de rechtbank.

Vanaf januari 2013 heeft Rabobank OAD de tijd gegeven om te voorkomen dat de kredietovereenkomst zou worden beëindigd. Rabobank heeft er geen twijfel over laten bestaan dat als OAD niet uiterlijk 31 augustus 2013 (en later 15 september 2013) haar kapitaal zou versterken, zij OAD niet zou toestaan om in de winterperiode, die zou beginnen in september/oktober 2013, het op krediet te nemen. Rabobank mocht volgens de rechtbank onder de gegeven feiten en omstandigheden vasthouden aan de deadline van 27 september 2013.

De rechtbank geeft ten overvloede aan dat, zelfs als Rabobank niet had mogen vasthouden aan de deadline, Rabobank niet aansprakelijk is voor de schade die OAD zegt te hebben gelden. Ook al was Rabobank akkoord gegaan met de verlenging, dan nog was het faillissement niet afgewend. Uit een liquiditeitsprognose, die Rabobank niet kende, bleek dat zelfs door een transactie met de Twentse investeerders het liquiditeitstekort tussen de € 2,8 miljoen en € 3,9 miljoen niet kon worden aangezuiverd. Ook het probleem met TUI was niet opgelost, hetgeen het liquiditeitstekort enorm zou vergroten. Ten slotte zou SGR een bankgarantie van € 20 - € 30 miljoen gaan eisen en dit probleem was evenmin opgelost. In de visie van de rechtbank zou hoe dan ook een faillissement zijn gevolgd.

Conclusie

In de gegeven omstandigheden mocht Rabobank de kredietovereenkomst met OAD opzeggen en is zij niet aansprakelijk voor het faillissement van OAD. Met deze uitspraak is nog niet alles gezegd. OAD gaat in hoger beroep omdat zij van mening is dat de rechtbank de cijfers verkeerd heeft geïnterpreteerd en voorbij is gegaan aan de schending van de zorgplicht door Rabobank. Bij een kredietopzegging zal de rechter aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval afwegen of de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen over de bancaire zorgplicht of een kredietopzegging? Neem gerust contact op met Heleen (h.wessel-krijger@pvdb.nl) of vul onderstaand vragenformulier in.


[1] HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929.

[2] art. 2 van de Algemene Bankvoorwaarden.


Blijf scherp

Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.