Zaak- en bedrijfsschadeverzekeringen in coronatijd: de premie bij een risicowijziging

De coronapandemie zorgt voor veel financiële druk op ondernemers. Om te bepalen wie in welke mate de kosten draagt, zijn partijen vaak aangewezen op de onderhandelingstafel. Dat geldt ook in de verhouding tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en diens verzekeraars. Buiten coronatijd zal een verzekeraar bij een verhoogd risico een meerpremie mogen verlangen. Is dat nu anders?

Datum:  12 mei 2021

Gewijzigd  14 november 2023

Leestijd:  +/- 2 minuten

De coronapandemie zorgt voor veel financiële druk op ondernemers. Overeenkomsten zijn meestal niet ingericht op hoe te handelen ingeval van een pandemie. Om te bepalen wie in welke mate de kosten draagt, zijn partijen vaak aangewezen op de onderhandelingstafel. Dat geldt ook in de verhouding tussen ondernemers, vastgoedeigenaren en diens verzekeraars. Buiten coronatijd zal een verzekeraar bij een verhoogd risico een meerpremie mogen verlangen. Is dat nu anders? Of in tegendeel: geeft de coronacrisis aanleiding om de verzekeringspremie nu te verminderen als gevolg van een verlaagd risico?

Risicowijziging

Doorgaans zullen zowel ondernemers (/huurders) als vastgoedeigenaren (/verhuurders) een verzekering afsluiten met betrekking tot dezelfde bedrijfsruimte. De ondernemer zal zijn inventaris en goederen willen verzekeren en de vastgoedeigenaar zijn onroerende zaak. De verzekeraar stelt – logischerwijs – de hoogte van de premie vast afhankelijk van het te verzekeren risico. Bij een risicoverzwaring zal de verzekeraar overgaan tot een herbeoordeling van het risico om zo de premie te kunnen verhogen. Op basis van artikel 6.4 van de Nederlandse Beursvoorwaarden voor Zaak- en Bedrijfsschadeverzekering (NBZB) mag de verzekeraar naar aanleiding van een risicowijziging de verzekeringsovereenkomst eveneens wijzigen. Voor zover bekend maakt de verzekeraar hier nog weinig gebruik van. Verzekeraars zijn nu vooral coulant met betalingen ten aanzien van kleinere risico’s. Als het daarentegen gaat om grotere risico’s (lees: hotels, ziekenhuizen, grote kantoorpanden, etc.) is die coulance er vaak niet. In de groot-zakelijke verzekeringsmarkt (co-assurantie) dien je met een onderbouwd verhaal te komen om tot uitstel van premiebetaling te kunnen komen of om een jaarbetaling te splitsen naar een halfjaarlijkse betaling.

Coronapandemie leidt tot meer/minder risico

Heeft de coronapandemie een wijziging in de risicoverdeling tussen verzekeraar en verzekerde tot gevolg? En zou het redelijk zijn om de premie te wijzigen vanwege een risicoverlichting of anderzijds een risicoverzwaring? In het kort: dat hangt af van de specifieke situatie.

Voorbeeld 1: risicoverzwaring

Voor een leegstaand kantoorpand op een afgelegen bedrijventerrein zal het risico voor de verzekeraar mogelijk alleen maar toenemen. Het risico voor onder meer kraken, diefstal en inbraak is namelijk groter bij gebrek aan sociale controle. Staat het bedrijfspand leeg of zitten er krakers in, dan rust zelfs een mededelingsverplichting bij de verzekerde om de verzekeraar op de hoogte te stellen van de situatie. De verzekeraar zou voor deze gevallen namelijk een meerpremie kunnen vorderen. Voor lekkages en/of gaslekken geldt hetzelfde principe. Als niemand aanwezig is in een gebouw, neemt de kans op een grotere schade alleen maar toe.

Voorbeeld 2: risicoverlichting

Voor hotels ligt de risicoverdeling waarschijnlijk anders. Daar is namelijk wél continue sociale controle, waardoor het risico op kraken, diefstal en inbraak minimaal is, terwijl het restaurant bijvoorbeeld gesloten is. Alleen al voor wat betreft brandgevaar is dat een enorme risicoverlichting. Ook voor casino’s geldt mogelijk een risicoverlichting. Op dit moment bestaan géén risico’s met betrekking tot kasgeld, het aannemen van vals geld of beroving. In het algemeen kan de coronapandemie het risico verminderen voor schade aangaande de voorraad of door uitval van koel- of diepvrieskasten, olie of andere vloeistoffen, rook en roet of werkstaking. Het aanpassen van een verzekerde som van aanwezige goederen is natuurlijk wél mogelijk als dit continu lager is dan voor de coronapandemie.

Kortom, het beoordelen of onder aan de streep sprake is van verzwaring of verlichting van het risico zal in vrijwel alle gevallen maatwerk zijn.

Verminderd risico als onvoorziene omstandigheid?

Als gevolg van het verminderde risico zullen ondernemers mogelijk twijfelen om vanuit het oogpunt van kostenbesparing hun verzekering op te zeggen. Als sprake is van risicoverlichting, kan de verzekerde dan ook een andere weg bewandelen, namelijk die van premieverlaging? Dat zal afhangen van de vraag of de vermindering van het risico een onvoorziene omstandigheid is in de zin van artikel 6:258 lid 1 BW. Gezien een zekere lijn die is ontstaan in de huurrechtelijke rechtspraak, ligt het in de rede dat de rechter ook het verminderde risico als gevolg van de coronapandemie als een onvoorziene omstandigheid zou aanmerken. Omzetdaling als gevolg van de coronapandemie is meestal een onvoorziene omstandigheid. Tussen huurders en verhuurders wordt huurvermindering op dit moment afhankelijk gesteld van de mate van omzetdaling. Bovendien ontbreekt in de NBZB een exoneratieclausule ten aanzien van een pandemie waardoor eerder sprake zal zijn van een onvoorziene omstandigheid. Met die kennis kan het voor ondernemingen en vastgoedeigenaren lonen om de verzekeraar aan de onderhandelingstafel te vragen, temeer nu veel verzekeraars hebben aangegeven te willen kijken naar individuele gevallen.

Geeft de verzekeraar niet in, dan zal de verzekerde zijn aangewezen op een gang naar de rechter. Hier zal de vordering in de praktijk vaak stranden. Alleen voor een hoge premie zal het de moeite waard zijn om een verlaging af te dwingen bij de rechter. Tevens zal bij de rechter het vaak lastig te bewijzen zijn dat het risico minder is dan voorheen.

Driehoeksverhouding tussen huurder, verhuurder en verzekeraar

Als een ondernemer zijn bedrijfsactiviteiten uitbreidt, kan dat meer risico opleveren voor een verzekeraar ten aanzien van het gebouw, bijvoorbeeld met betrekking tot brandgevaar. Denk bijvoorbeeld aan een winkel wat een eetcafé-to-go wordt en ter zake allerlei brandgevaarlijke apparatuur aanschaft. De verzekeraar zal dan meestal van zowel de vastgoedeigenaar als de ondernemer een meerpremie verlangen. Hierdoor ontstaat een driehoeksverhouding: de ondernemer wijzigt zijn bedrijfsactiviteiten en de vastgoedeigenaar moet een meerpremie betalen aan de verzekeraar. Meestal kan de verhuurder die meerpremie doorbelasten aan de huurder. In die mogelijkheid voorzien namelijk de Algemene Bepalingen (artikelen 22.1-22.3) die deel uitmaken van de standaard ROZ-overeenkomst. Buiten coronatijd is dat ook redelijk.

Interessant wordt het wanneer de bedrijfsactiviteiten stil komen te liggen vanwege de coronapandemie en, zoals hiervoor uiteen is gezet, de verzekeraar de verzekeringspremie van de vastgoedeigenaar verhoogd wegens een gebrek aan sociale controle door leegstand waardoor een groter risico bestaat op diefstal, inbraak en krakers. Wie draagt dan het risico? De verzekeraar, verhuurder of huurder? Niemand kan immers het verhoogde risico in de schoenen worden geschoven. Op dit punt zou het sinds het begin van de crisis veelgehoorde “share-the-pain”-principe uitkomst kunnen bieden. Mocht een verzekeraar op dit punt dus een premieverhoging voorstellen, dan is het verstandig om met elkaar om de tafel te gaan omwille van een kostendeling.

Conclusie: onderhandelen kan lonen

In geval van een verhoogd risico kan de verzekeraar een meerpremie verlangen. Wanneer dat risico is toe te schrijven aan de huurder, kan de verhuurder dit doorbelasten. Voor risicoverhoging als gevolg van de coronapandemie is het delen van de kosten het meest redelijke uitgangspunt.

Net als tussen verhuurders en huurders, kan tussen verzekeraars en verzekerden de coronapandemie wellicht als onvoorziene omstandigheid gelden. Komt de verzekeraar bij de melding van een risicowijziging niet zelf over de brug met een redelijk voorstel, dan is het mogelijk om een vordering bij de rechter in te stellen. Vanuit kosten/baten-perspectief bekeken zal dit alleen zin hebben in de grootzakelijke verzekeringsmarkt. In alle gevallen waarbij sprake is van risicovermindering, zowel bij klein- als grootzakelijke ondernemers, zou het kunnen lonen om met de verzekeraar aan de onderhandelingstafel te gaan.

Geschreven i.s.m. Nick Schieving (Zuiderhuis Nijmegen)


Blijf scherp

Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.