Bestuurdersaansprakelijkheid in de bouw: Bestuurders van aannemer in privé aansprakelijk wegens het niet afsluiten van een bouwgarantie

In de bouw doen zich situaties voor waarin een bestuurder van een bedrijf in de bouwketen in privé aansprakelijk kan zijn voor de schade die een andere partij – de schuldeiser – lijdt. Het loont als schuldeiser te onderzoeken of daarvan sprake is. Het biedt namelijk een extra mogelijkheid om schade te verhalen, ook als – of juist als – de contractspartij (de vennootschap) failliet gaat.

Datum:  25 november 2019

Gewijzigd  14 november 2023

Geschreven door:  Reinier Pijls

Leestijd:  +/- 2 minuten

De hoofdregel in ons rechtssysteem is dat een bestuurder van een rechtspersoon niet in privé aansprakelijk is voor de schulden van die rechtspersoon. Dit heet “het schild van rechtspersoonlijkheid”. Dit systeem is nuttig en heeft als doel ondernemerschap te bevorderen. Er zijn echter omstandigheden denkbaar waarin voornoemd schild (terecht) doorbroken wordt. Dat heeft tot gevolg dat een bestuurder in privé aansprakelijk is (naast de vennootschap) voor de niet-nakoming door de vennootschap en de daaruit voortvloeiende schade. Ik schreef hier eerder een artikel over. 

In de bouw doen zich ook situaties voor waarin een bestuurder van een bedrijf in de bouwketen in privé aansprakelijk kan zijn voor de schade die een andere partij – de schuldeiser – lijdt. Het loont als schuldeiser te onderzoeken of daarvan sprake is. Het biedt namelijk een extra mogelijkheid om schade te verhalen, ook als – of juist als – de contractspartij (de vennootschap) failliet gaat. Over zo’n situatie – die recent speelde bij de rechtbank Limburg – gaat dit artikel.

Uitspraak rechtbank Limburg

Een opdrachtgever sluit een overeenkomst voor de bouw van een gezinswoning met een aannemer. Partijen komen overeen dat de aannemer zich aansluit bij de garantieregeling van Bouwgarant, zodat de opdrachtgever verzekerd is in geval van faillissement van de aannemer.

Het bouwproces loopt vertraging op omdat de aannemer haar onderaannemers niet betaalt. De opdrachtgever ontbindt hierop de overeenkomst en vordert terugbetaling van de door hem betaalde bedragen en een vergoeding van de extra kosten gemaakte kosten door het inschakelen van een nieuwe aannemer.

Kort daarop gaat de aannemer failliet. De aannemer blijkt – tegen de afspraken in – geen bouwgarantie te hebben afgesloten.

De opdrachtgever stelt hierop de bestuurders van de aannemer in privé aansprakelijk voor de door hem geleden schade nu vanwege het faillissement de aannemer zelf niet betaalt.

De rechtbank wijst de vordering toe, onder andere omdat de bestuurders willens en wetens overeengekomen zijn te zullen bouwen onder Bouwgarant, terwijl zij wisten dat de aannemer deze afspraken niet zou kunnen nakomen, omdat de aannemer (vanwege wanbetaling in het verleden) geen lid meer was van Bouwgarant.

Bijzondere omstandigheden in deze zaak waren dat de bestuurders gebruik maakten van diverse vennootschappen met soortgelijke namen. Zij lieten de ene vennootschap vollopen met schulden die niet of niet geheel werden voldaan, terwijl via een andere vennootschap de inkomsten liepen.  Er werd kortom “gegoocheld” met vennootschappen.

Ook bleken de bestuurders meerdere bedrijven gehad te hebben die steeds geld incasseerden, gemaakte afspraken niet nakwamen en daarna failliet gingen.

Deze bijzondere omstandigheden zijn mijns inziens echter niet doorslaggevend om tot het oordeel bestuurdersaansprakelijkheid te komen. Bepalend is namelijk – volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – dat een bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt gemaakt kan worden ten aanzien van de onrechtmatige gedraging van de vennootschap en de schade die een derde lijdt door die specifieke gedraging.

Alleen dus al de belofte dat een garantie wordt afgegeven, terwijl de bestuurder bij voorbaat al wist dat deze garantie niet afgeven kon worden, levert an sich zo’n persoonlijk ernstig verwijt op en is dus al voldoende voor bestuurdersaansprakelijkheid.

De hiervoor genoemde bijzondere omstandigheden zouden mijns inziens daarnaast ook op zichzelf kunnen leiden tot aansprakelijkheid van de bestuurder van de aannemer, zelfs als er dus geen sprake zou zijn van een toegezegde maar niet afgesloten bouwgarantie.

Naast de hiervoor genoemde situaties zijn er ook nog veel andere situaties denkbaar waarin een bestuurder van een partij in de bouwketen in privé aansprakelijk kan zijn. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het door de aannemer zonder goede reden weghalen van personeel van een bouwproject. Over deze vorm van nakomingsfrustratie schreef mijn kantoorgenoot Erik Jansen recent een artikel.

Conclusie

Uit de uitspraak van de rechtbank Limburg volgt wederom dat bestuurdersaansprakelijkheid ook in de bouw een belangrijk gereedschapsmiddel is om schade verhaald te krijgen.

Er zijn dus meer omstandigheden denkbaar dan het niet afsluiten van een toegezegde bouwgarantie die leiden tot aansprakelijkheid van een bestuurder in privé.

Denk aan gevallen van voorzienbare wanprestatie, verhaalsfrustratie en andersoortige nakomingsfrustatie.

Voor schuldeisers is het kortom hoe dan ook nuttig om te onderzoeken of er wellicht mogelijkheden zijn om naast de rechtspersoon ook de bestuurder of andere derden aansprakelijk te stellen. Dat kan soms namelijk lonen.


Blijf scherp

Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.