Verdwijnt het flexwerken in de retail?

Flexcontracten komen veelvuldig voor in de retailbranche. Veel werkgevers maken gebruik van oproepkrachten, bepaalde tijders en uitzendkrachten. De nieuwe plannen van het kabinet gaan voor deze werknemers grote veranderingen met zich brengen. Het kabinet wil werknemers meer zekerheid bieden. Deze zekerheid gaat ten koste van de flexibiliteit van flexcontracten. Benieuwd wat er voor u verandert? Sander Poelman licht het toe.

#retail

Datum:  04 juni 2024

Gewijzigd  04 juni 2024

Geschreven door:  Sander Poelman

Leestijd:  +/- 3 minuten

Wat verandert er voor: oproepkrachten?

Basiscontract in plaats van oproepcontract

Oproepkrachten krijgen meer inkomens- en roosterzekerheid. Het kabinet schaft de huidige oproepcontracten (nuluren- en min/max-contracten) af. Het zogenaamde basiscontract komt hiervoor in de plaats. Oproepkrachten krijgen in het basiscontract zekerheid over het minimaal aantal uren dat zij worden ingezet.

Minimaal aantal uren beschikbaar

Oproepkrachten moeten wel een aantal uren boven het minimale aantal uren beschikbaar blijven voor de werkgever. Dit wordt een hard percentage van 130%. Buiten deze tijden krijgt de oproepkracht het recht om de oproep te weigeren. De oproepkracht kan bovendien vooraf vaste momenten doorgeven waarop diegene een oproep kan weigeren. Hij/zij kan op deze manier makkelijker diens baan als oproepkracht combineren met een andere (bij-)baan.

Aanbod op basis van arbeidsomvang

Werknemers die structureel meer dan het in hun arbeidsovereenkomst vastgestelde minimale aantal uren werken, ontvangen na 12 maanden een aanbod tot aanpassing van de arbeidsomvang.

Studenten en scholieren

Studenten en scholieren kunnen met een bijbaan nog wel blijven werken op basis van hun huidige oproepcontract. Dit kan voor werkgevers in de retail voordelig zijn, aangezien in deze branche veel studenten en scholieren werkzaam zijn. Wat precies de vereisten zijn om in de groep ‘studenten en scholieren’ te vallen, is nog onduidelijk.

Contracten met jaarurennorm

Naast het basiscontract blijven contracten met een jaarurennorm mogelijk. De werkgever spreekt in dat geval het minimum aantal uren af dat de werknemer in een heel jaar werkt. Ook van dit minimum mag weer met 30% worden afgeweken. Werknemers waarbij een jaarurennorm van toepassing is, moeten in de toekomst wel meer roosterzekerheid krijgen.

Wat verandert er voor: bepaalde tijders?

Aanpassing ketenregeling

Het kabinet wil draaideurconstructies voorkomen. Daarom past het de ‘ketenregeling’ aan. Een werkgever kan op dit moment maximaal drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd sluiten in een periode van 36 maanden. Deze keten begint opnieuw te lopen wanneer er een periode van langer dan zes maanden tussen twee arbeidsovereenkomsten zit. Deze huidige onderbrekingstermijn verdwijnt. Er komt slechts een administratieve vervaltermijn van vijf jaar, waarna de keten dus wél opnieuw begint. Deze termijn zal ook gelden voor uitzendkrachten. Studenten met een bijbaan en scholieren worden ook hiervan uitgezonderd.

Afwijken bij cao

Het kabinet schrapt ook de mogelijkheden om bij cao af te wijken van de duur van de keten en het maximaal aantal contracten. Cao-partijen kunnen voor seizoenskrachten nog wél bij cao een uitzondering regelen: voor functies die maximaal negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend, kan een onderbrekingstermijn van drie maanden worden afgesproken.

Wat verandert er voor: uitzendkrachten?

De werknemer heeft na 52 weken recht op een uitzendovereenkomst zonder uitzendbeding. Bovendien heeft de uitzendwerknemer na twee jaar recht op een dienstverband direct bij de inlener. Op dit moment is dat nog vier jaar.

Functie van de cao?

De cao’s in de retailbranche zullen door deze kabinetsplannen ook beïnvloed worden. Sommige cao’s zullen (behoorlijk) op de schop moeten. Maar de kabinetsplannen bieden ook nieuwe kansen voor cao’s. De uitzondering in de ketenregeling voor seizoenskrachten dient bijvoorbeeld expliciet bij cao geregeld te worden. In het cao-overleg kunnen de regels van het kabinet tenslotte nader ingevuld worden. Werkgevers doen er daarom goed aan om (via een werkgeversorganisatie) actief deel te nemen aan dit overleg. 

Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers

De bovenstaande voorgenomen wetswijzigingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Dit wetsvoorstel is in juli 2023 ter internetconsultatie voorgelegd. Inmiddels heeft de Raad voor de rechtspraak zich al kritisch uitgelaten over enkele aspecten van het wetsvoorstel. De Raad stelt bijvoorbeeld vraagtekens bij de toegevoegde waarde van het basiscontract ten opzichte van een reguliere arbeidsovereenkomst en de afbakening van het begrip ‘scholieren en studenten’. En ook uit andere hoeken kan het wetsvoorstel op kritiek rekenen. Het wetsvoorstel is in maart 2024 naar de Raad van State gestuurd voor advies. Na dit advies en eventuele aanpassingen, kan het definitieve voorstel naar de Tweede Kamer.


Blijf scherp

Benieuwd hoe de kabinetsplannen uw organisatie raken of hoe u het beste met de veranderende kabinetsplannen om kunt gaan? Neem dan vooral contact met ons op! Wij helpen u graag verder.

Neem contact op

Meer over dit onderwerp: