Luchtdichtheid bij dakisolatie: uitvoeringsfout of ontwerprisico?

Goede dakisolatie staat of valt met een luchtdichte uitvoering. Maar wat als een dak na oplevering niet aan de afgesproken luchtdichtheidseisen voldoet? Is dat dan een uitvoeringsfout van de aannemer of ligt de oorzaak in het ontwerp van de opdrachtgever? Dat onderscheid bepaalt in belangrijke mate wie verantwoordelijk is voor het gebrek en de herstelkosten. Voor dakenaannemers is daarom niet alleen de uitvoering van belang, maar ook wat precies is afgesproken, welke ontwerpstukken zijn aangeleverd en of er aanleiding bestond om te waarschuwen. Lars Ordelman legt uit waar de grens ligt tussen uitvoeringsrisico, ontwerprisico en de waarschuwingsplicht van de aannemer.

Dit artikel is geschreven voor Roofs en is (online) gepubliceerd in editie 2026-6, p. 54.

#bouw

Datum:  27 oktober 2026

Gewijzigd  27 oktober 2026

Geschreven door:  Lars Ordelman

Leestijd:  +/- 6 minuten

Waarom is luchtdichtheid bij dakisolatie zo belangrijk?

Isoleren draait allang niet meer alleen om Rc-waarden, dikkere pakketten en hoogwaardige materialen. Van aannemers in de dakenbranche wordt steeds meer verwacht. Eén praktisch detail verdient daarbij steeds aandacht: zelfs de beste isolatie verliest haar waarde als de aansluitingen niet luchtdicht zijn.

Via kieren, naden, dakdoorvoeren, opstanden, daklichten en dak-gevelaansluitingen kan (lucht)infiltratie plaatsvinden. Daarmee gaat een belangrijk deel van de beoogde prestatie en het comfort verloren. Ook nemen de risico’s op tocht, condensatie, vochtproblemen en schimmelvorming toe. Luchtdichtheid bepaalt in belangrijke mate of de isolatie waarmaakt wat zij op papier belooft.

Als de luchtdichtheid onvoldoende is, komt vanzelf de vraag op tafel: wie draagt daarvoor de verantwoordelijkheid en wie moet de herstelkosten dragen?

Welke eisen gelden voor de luchtdichtheid van het dak?

In een aannemingsovereenkomst is de aannemer verplicht “een werk van stoffelijke aard” te realiseren, oftewel een bepaald resultaat te behalen. Dat volgt uit de wet. De aannemer brengt niet alleen isolatie, dakbedekking, folies of tapes aan, maar moet een dak opleveren dat voldoet aan de eisen die partijen zijn overeengekomen en de eisen uit de wet- en regelgeving, waarbij ook moet worden voldaan aan de “eisen van goed en deugdelijk werk”.

Stelt de overeenkomst, het bestek of de technische omschrijving een concrete eis aan luchtdichtheid, dan moet daaraan in beginsel worden voldaan. Denk aan een qv;10-waarde, een luchtdichtheidsklasse of specifieke eisen voor aansluitdetails.

Uitvoeringsfout of ontwerpfout: wie is verantwoordelijk?

Als het werk niet voldoet aan de overeengekomen luchtdichtheidseisen, kan discussie ontstaan over de oorzaak en aansprakelijkheid voor die gebreken.

Als de oorzaak in de uitvoering van het werk ligt: dan is de aannemer aansprakelijk. Ligt de oorzaak in een voorgeschreven materiaal of in plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken en uitvoeringsvoorschriften: dan ligt dat mogelijk anders.

Wanneer ligt het ontwerprisico bij de opdrachtgever?

De wet bepaalt dat de gevolgen van gebreken of ongeschiktheid van zaken die van de opdrachtgever afkomstig zijn, voor rekening van de opdrachtgever komen. Dit geldt ook voor fouten of gebreken in plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken en uitvoeringsvoorschriften die de opdrachtgever heeft verstrekt. Samengevat: wat opdrachtgever aanlevert, komt voor zijn risico.

Voor de dakenbranche is dat uitgangspunt van groot belang. Luchtdichtheidsproblemen ontstaan namelijk lang niet altijd doordat de aannemer zijn werk onjuist uitvoert. Vaak zit het probleem in het ontwerp: een aansluiting is onvoldoende uitgewerkt, een detail sluit bouwfysisch niet goed aan of verschillende onderdelen van het gebouw zijn onvoldoende op elkaar afgestemd.

En wanneer niet?

De gevolgen van een ontwerpfout liggen bij de opdrachtgever. Uitzondering: als de aannemer de fout kende of als hij die fout als deskundig aannemer redelijkerwijs had moeten kennen, dan dient de aannemer hiervoor te waarschuwen. De aannemer is dus niet automatisch verantwoordelijk voor de bouwfysische juistheid van het volledige ontwerp. Wel moet hij alert zijn op kenbare fouten. Wat te doen in zo'n situatie?

Wanneer moet de aannemer waarschuwen?

De wet verplicht de aannemer om te waarschuwen voor fouten die hij kent of redelijkerwijs behoort te kennen.

Welke fouten moet een aannemer kunnen herkennen?

De vraag wat een aannemer "redelijkerwijs behoort te kennen", is niet simpel te beantwoorden. Dat hangt af van de deskundigheid die van een aannemer mag worden verwacht.

Kenbaar zijn in de regel: de fouten die een vakkundig aannemer bij normale oplettendheid opmerkt, bijvoorbeeld een aansluitdetail bij dakrand, opstand of dakdoorvoer dat evident niet luchtdicht kan worden uitgevoerd, een voorgeschreven materiaal dat evident ongeschikt is of een detail dat de luchtdichte laag doorbreekt.

De aannemer hoeft niet te waarschuwen voor bouwfysische uitgangspunten van het onderliggende ontwerp die buiten zijn deskundigheid vallen. De aannemer hoeft (tenzij anders overeengekomen) geen eigen BENG- of luchtdichtheidsberekening te maken en hoeft de door de opdrachtgever aangeleverde uitgangspunten niet integraal te controleren. De aannemer neemt die ontwerpverantwoordelijkheid niet over door het voorgeschreven ontwerp uit te voeren.

De aannemer mag afgaan op de door of namens de opdrachtgever verstrekte plannen en voorschriften. Zijn eigen verantwoordelijkheid blijft beperkt tot de deugdelijke uitvoering en tot het waarschuwen voor fouten die hem als vakman kenbaar zijn. Bij onvoldoende luchtdichtheid zijn de gevolgen vaak fors. Waarschuwen is dus nodig zodra de aannemer een fout opmerkt.

Hoe moet een aannemer waarschuwen?

Dat waarschuwen moet geen ‘melding’ zijn, maar dient schriftelijk en ondubbelzinnig te gebeuren: een harde ‘waarschuwing’ dus. De aannemer moet concreet aangeven welke gevolgen de (ontwerp)fout kan hebben.

Een goede schriftelijke waarschuwing vermeldt dus:

  • wat ondeugdelijk is;

  • wat de gevolgen van dat onjuiste detail of voorschrift zijn;

  • dat uitvoering zonder aanpassing voor risico van opdrachtgever plaatsvindt.

Luchtdichtheidsprobleem? Begin bij de oorzaak en afspraken

Luchtdichtheid verdient bijzondere aandacht. De eerste vraag is steeds: wat is precies afgesproken en waardoor is het probleem ontstaan? Gaat het om een uitvoeringsfout, dan is de aannemer daarvoor verantwoordelijk. Gaat het om een fout in het ontwerp, een voorgeschreven detail of een instructie van de opdrachtgever, dan ligt het risico bij de opdrachtgever, tenzij de aannemer die fout kende of redelijkerwijs had moeten kennen.

Voor aannemers is de praktische les: leg vast welke eisen gelden, controleer of de aangeleverde details uitvoerbaar zijn en waarschuw schriftelijk, tijdig en concreet zodra een ontwerpkeuze problemen kan opleveren voor de luchtdichtheid. Daarmee voorkomt de aannemer dat een ontwerprisico achteraf alsnog bij hem terechtkomt.


Problemen met luchtdichtheid of discussie over aansprakelijkheid?

Is er discussie over de luchtdichtheid van een dak, de oorzaak van een gebrek of de verdeling van herstelkosten? Dan is het belangrijk om eerst vast te stellen wat partijen hebben afgesproken, welke ontwerpstukken zijn verstrekt en of tijdig is gewaarschuwd. Wij helpen aannemers en andere partijen in de bouw bij het beoordelen van die verantwoordelijkheidsverdeling en de juridische positie.

Bespreek uw situatie

Meer over dit onderwerp: