Geen leges voor vaststellingsverzoek TAM-omgevingsplan: rechtbank trekt bestaande lijn door onder de Omgevingswet

Voor ontwikkelaars, ondernemers en exploitanten kan een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk zijn om een project mogelijk te maken. Gemeenten brengen voor de behandeling van zo’n initiatief soms aanzienlijke leges in rekening.

In een uitspraak van 13 augustus 2026 oordeelt de Rechtbank Midden-Nederland dat voor het vaststellen van een TAM-omgevingsplan geen leges kunnen worden geheven.[1] De lijn van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over het verbod op leges bij bestemmingsplannen, krijgt daarmee een vervolg onder de Omgevingswet. Madelon Boes legt uit.

#Omgevingswet
#projectontwikkeling
#procederen

Datum:  22 september 2026

Gewijzigd  22 september 2026

Geschreven door:  Madelon Boes

Leestijd:  +/- 4 minuten

Van bedrijfsbestemming naar wonen

De uitspraak van de rechtbank betrof een perceel waarop een bedrijfsbestemming rustte. De eigenaar gebruikte het perceel al geruime tijd voor bewoning. Omdat de eerder toegezegde woonbestemming nooit in een bestemmingsplan was opgenomen, verwachtte hij problemen bij een eventuele verkoop. Daarom stuurde hij erop aan om via een TAM-omgevingsplan alsnog een woonfunctie aan het perceel toe te kennen.

De gemeente bracht aanvankelijk € 7.245 aan leges in rekening voor een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In bezwaar werd die aanslag ingetrokken. Daarvoor in de plaats kwam echter een nieuwe legesaanslag van € 7.000, namelijk voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan.

Opmerkelijk was dat de eigenaar geen uitdrukkelijk schriftelijk verzoek had ingediend om de TAM-procedure te starten. Volgens de rechtbank was desondanks sprake van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Uit de correspondentie bleek immers dat de planwijziging op initiatief van de eigenaar tot stand was gekomen. Ook had hij zelf de kosten van de planstukken gedragen en die stukken aan de gemeente verstrekt, en zelf de participatie georganiseerd.

Dat sprake was van een aanvraag en van een duidelijk particulier belang, betekende echter nog niet dat de gemeente leges mocht heffen.

Een omgevingsplanwijziging dient vooral het publieke belang

Gemeenten mogen op grond van artikel 229, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet leges heffen voor de door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Daarvoor is vereist dat de gemeentelijke werkzaamheden rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang.

De rechtbank oordeelde dat daarvan bij het vaststellen van een TAM-omgevingsplan geen sprake is. Het vaststellen van de bestemming of functie van gronden in een omgevingsplan dient rechtstreeks en vooral het publieke belang. Het gaat om de publieke taakuitoefening van de gemeente, ook als een individuele initiatiefnemer om de wijziging heeft gevraagd en daarvan voordeel heeft.

Het particuliere belang bij de gewenste ontwikkeling is volgens de rechtbank slechts indirect. Omdat geen sprake is van een gemeentelijke dienst in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet, ontbrak de bevoegdheid om leges te heffen. De rechtbank vernietigt daarom de aanslag en bepaalt dat de gemeente de betaalde € 7.000, vermeerderd met wettelijke rente, moet terugbetalen.

Voortzetting van de lijn bij bestemmingsplannen

Deze uitspraak sluit aan bij het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juni 2026 over een bestemmingsplan onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening.[2] In die zaak had een initiatiefnemer verzocht om een agrarische bestemming te wijzigen in een recreatieve bestemming en om de bouw van een woning met bijgebouwen mogelijk te maken.

Het hof oordeelde toen al dat het vaststellen van een bestemmingsplan rechtstreeks en vooral het publieke belang dient. Dit geldt zelfs als het plan maar één of enkele percelen omvat. Het blijft dan publieke taakuitoefening en geen rechtstreeks aan de initiatiefnemer verleende dienst.

De uitspraak van augustus is met name interessant, omdat de rechtbank deze lijn nu toepast op een TAM-omgevingsplan. Deze “Tijdelijke Alternatieve Maatregel” maakte het tijdelijk mogelijk om een omgevingsplan te wijzigen met behulp van de voormalige bestemmingsplansoftware, maar is per 1 januari 2026 beëindigd. De uitspraak kan niettemin relevant zijn voor legesaanslagen die nog zijn opgelegd in verband met een TAM-omgevingsplan en waartegen nog bezwaar of beroep openstaat.

Daarnaast reikt het belang van de uitspraak verder dan alleen TAM-omgevingsplannen. De overweging van de rechtbank ziet namelijk in algemene zin op het vaststellen (van een wijziging) van een omgevingsplan. De uitspraak biedt daarom ook een belangrijk aanknopingspunt voor reguliere wijzigingen van het omgevingsplan zonder toepassing van de TAM. De overgang van de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet lijkt voor deze legesvraag dan ook geen wezenlijk verschil te maken.

Wat betekent dit voor uw project?

Ontvangt u een legesaanslag voor een verzoek om een (TAM-)omgevingsplan vast te stellen of te wijzigen? Wees dan scherp. Op basis van deze rechtspraak kunt u die aanslag aanvechten.

Maar let op: daarmee is de planwijziging niet automatisch kosteloos. De gemeente kan de daarvoor in aanmerking komende kosten nog steeds op de initiatiefnemer verhalen via een anterieure overeenkomst. Legesheffing en kostenverhaal zijn afzonderlijke juridische sporen en de besproken uitspraken laten de mogelijkheden voor kostenverhaal onverlet. Vragen hierover? Stel ze dan vooral aan onze specialisten.


Blijf scherp

Heeft u vragen over een opgelegde legesaanslag? Onze specialisten kijken en denken uiteraard graag met u mee. 

Contact

Meer over dit onderwerp: