Vorig jaar besprak Rosa Cuesta Valentin in deze blog een uitspraak van rechtbank Oost-Brabant over de vraag of het gebruik van elektrisch materieel mag worden meegenomen in de voortoets. De rechtbank oordeelde dat elektrisch materieel in dat geval niet in de voortoets mocht worden betrokken. De voorzieningenrechter van dezelfde rechtbank heeft daar in een recente uitspraak een vervolg op gegeven. Daarnaast gaat de uitspraak in op een situatie die in de praktijk vaak speelt: het gebruik van een voortoets voor een project dat een kleine stikstoftoename veroorzaakt op een gebied dat al overbelast is. Beide punten zullen aan bod komen in deze blog, die tevens door Rosa Cuesta Valentin is geschreven.
Datum: 10 september 2026
Gewijzigd 10 september 2026
Geschreven door: Rosa Cuesta Valentin
Leestijd: +/- 4 minuten
Als een project stikstofdepositie veroorzaakt op een Natura 2000-gebied, moeten de gevolgen daarvan worden onderzocht. In een voortoets wordt beoordeeld of op grond van objectieve gegevens op voorhand kan worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft. Kan dat niet worden uitgesloten, dan zijn een passende beoordeling en een natuurvergunning nodig.
Uit vaste rechtspraak volgt dat mitigerende maatregelen niet in de voortoets mogen worden meegenomen. In de voortoets mag wél rekening worden gehouden met de positieve gevolgen van standaardonderdelen van een project die verplicht zijn voor alle projecten van dezelfde soort (zie Eco-Advocacy-arrest, ECLI:EU:C:2023:477, bevestigd in de Rendac-uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923).
In onze vorige blog signaleerden wij dat rechtbank Oost-Brabant in een uitspraak van 25 februari 2025 (ECLI:NL:RBOBR:2025:1108) het gebruik van elektrisch materieel niet als standaardonderdeel aanmerkte. Elektrisch materieel wordt volgens de rechtbank weliswaar steeds vaker in de bouw gebruikt, maar nog niet bij ieder bouwproject. In deze zaak werd elektrisch materieel bovendien juist ingezet om de nadelige gevolgen van het project te beperken. Het gebruik kon daarom niet worden gezien als een standaardonderdeel, maar als mitigerende maatregel die in de passende beoordeling moet worden betrokken.
Wij plaatsten daarbij de kanttekening dat het oordeel mogelijk anders zou zijn geweest als de aanvraag anders was ingestoken. In de aanvraag en de bijbehorende AERIUS-berekening was namelijk berekend welk gebruik van niet-elektrisch materieel kon worden toegelaten totdat een toename van stikstofdepositie zou ontstaan. Daarna zou elektrisch materieel worden ingezet. De uitkomst was waarschijnlijk anders geweest als in de aanvraag had gestaan dat de projectontwikkelaar bij bouwprojecten uitsluitend elektrisch materieel gebruikt. In een uitspraak van 28 augustus 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:6238) bevestigt rechtbank Oost-Brabant die verwachting.
In deze zaak ging het om een verzoek om preventief handhavend op te treden tegen de aanleg van een fietspad in Valkenswaard aan de westkant van de Dommelvallei. Volgens verzoekster zou het fietspad worden aangelegd zonder de vereiste natuurvergunning. Bij de aanleg van het fietspad zou elektrisch materieel worden gebruikt en dit gebruik zou niet in de voortoets mogen worden betrokken. De gemeente bevestigt dat de ingeschakelde aannemer bij de aanleg elektrisch materieel zou gebruiken en dat dit gebruik in de AERIUS-berekening was verwerkt. Om deze reden ging het volgens de gemeente om een standaardonderdeel.
De voorzieningenrechter volgt dat standpunt. De door de gemeente ingeschakelde aannemer beschikt over elektrisch materieel en gebruikt het ook daadwerkelijk. Daarom merkt de voorzieningenrechter het gebruik aan als een standaardonderdeel dat in de voortoets mag worden betrokken. Er is dus geen sprake van een activiteit waarvoor een passende beoordeling en een natuurvergunning nodig is.
Een tweede vraag was of tóch een natuurvergunning nodig is, omdat het project in de aanlegfase een toename van stikstofdepositie van 0,02 mol N/ha/jaar veroorzaakt op het overbelaste Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’. Volgens verzoekster zijn daarom een passende beoordeling en een natuurvergunning vereist.
De voorzieningenrechter gaat daar niet in mee. Onder verwijzing naar de Porthos-uitspraak (ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3129) overweegt de voorzieningenrechter dat het feit dat het natuurgebied al overbelast is, niet automatisch betekent dat een project met een kleine toename significante gevolgen heeft. Bepalend is of het project significante gevolgen kan hebben, en dit wordt in een voortoets beoordeeld. In dit geval zijn de gevolgen van de tijdelijke en beperkte toename beoordeeld aan de hand van de specifieke kenmerken van het natuurgebied. Daarmee is op voorhand uitgesloten dat het project zelf negatieve gevolgen heeft, zodat een passende beoordeling en een natuurvergunning niet nodig zijn.
Met dit oordeel sluit de voorzieningenrechter aan bij rechtspraak van de Afdeling op dit punt. De Afdeling heeft verschillende keren bevestigd dat met een voortoets kan worden volstaan in situaties waarin het project leidt tot een beperkte toename van stikstofdepositie op overbelaste natuurgebieden (zie bijv. ABRvS 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3093). Dit biedt perspectief voor projecten met een kleine stikstoftoename.
Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.